Verkoop van vorderingen

Verkoop van vorderingen

Er heerst veel onduidelijkheid over het verkopen van vorderingen. In politiek en media wordt het onderwerp vaak geduid als doorverkopen van schulden, maar daar zijn geen cijfers of onderzoeken over te vinden. Wel leidt dit tot de nodige misverstanden en onduidelijkheden. Onderstaand leggen we daarom uit waarover het gaat wanneer wordt gesproken over het verkopen van vorderingen.

1. Wat is verkoop van vorderingen?

Aan een vordering zitten twee kanten: die van de schuldeiser en de schuldenaar, ook wel crediteur en debiteur genoemd. Een vordering is een eigendomsrecht van een schuldeiser. Die heeft daar iets voor gedaan/gemaakt en heeft daar een rekening voor gestuurd naar zijn klant, zijn debiteur.
Als die rekening niet wordt betaald dan moet de schuldeiser (soms veel) moeite doen om zijn geld te krijgen. Hij stuurt aanmaningen, belt met z’n klant of bezoekt ‘m om te vragen wanneer de betaling mag worden verwacht. Als de schuldeiser daar geen tijd aan kan of wil besteden kan hij ook een professional inhuren, een incasso-intermediair die een incassotraject opstart. Complete zekerheid dat zijn factuur op die manier altijd tot betaling leidt, heeft de schuldeiser overigens niet.
In plaats daarvan kan hij ook kiezen voor de verkoop van zijn vordering. Daarbij draagt de schuldeiser de eigendom van zijn vordering over aan de kopende organisatie en ontvangt hij geld daarvoor van deze nieuwe eigenaar, die het factuurbedrag voor zijn rekening en risico probeert te verhalen op de oorspronkelijke debiteur (zie punt 4 wat betreft de daaraan verbonden kosten). Aan de overdracht (de verkoop van de vordering) zijn trouwens wel strikte regels verbonden: zo moet de debiteur over deze verkoop bijvoorbeeld altijd schriftelijk worden geïnformeerd.

2. En wat is factoring dan?

Factoring is ook een vorm van financiering, waarbij de eigendom van de vordering wordt verlegd van de schuldeiser naar een kopende organisatie. Bedrijven die van factoring gebruik maken laten al hun rekeningen via dit kanaal lopen, in tegenstelling tot de verkoop van bijvoorbeeld portefeuilles (zie hieronder bij 3).
De tandartszorg is een goed voorbeeld van een branche waarin factoring heel normaal is. In ons land krijgt bijna iedereen die bij de tandarts is geweest een rekening van een factorbedrijf in plaats van een rekening van de tandarts zelf. Dat betekent dus dat de tandarts het geld voor zijn werk ontvangt van het factorbedrijf. Veelal kost ‘m dat een klein bedrag per factuur, maar hij loopt dan niet het risico dat hij niet betaald krijgt voor zijn diensten. Bovendien hoeft hij niet zelf of zijn medewerker(s) tijd aan de administratie of debiteurenbeheer te laten besteden: alles wordt geregeld via het factorbedrijf, van facturering tot en met inning van de rekening bij de klant van de tandarts.

3. Welke bedrijven verkopen hun vorderingen?

Organisaties die hun vorderingen regelmatig verkopen zitten in de telecom, de energiemarkt en financiele dienstverlening. Dit gebeurt dan vaak in grote(re) aantallen tegelijk die ‘portefeuilles’ worden genoemd. Het betreft dus niet zondermeer alle facturen zoals bij factoring wel het geval is, maar het kan pakketten vorderingen betreffen. De beweegredenen om vorderingen te willen verkopen lopen per schuldeiser sterk uiteen. Ook een schuldeiser met maar één vordering kan z’n eigendom trouwens verkopen, zie hierover onder punt 5.

4. Tegen welke prijs worden vorderingen verkocht?

De prijs die wordt betaald voor vorderingen kan sterk verschillen. Zo zijn bijvoorbeeld de hoogte van het factuurbedrag, hoe ‘oud’ de factuur is (hoeveel dagen staat ‘ie open), de juridische haalbaarheid en of het een vordering is op een consument of op een bedrijf allemaal factoren die van invloed zijn op de koopprijs. Daarover onderhandelt de schuldeiser - vaak uitvoerig - met de nieuwe eigenaar.
In de media doen regelmatig verhalen de ronde dat het gangbaar is dat vorderingen gemiddeld tegen slechts 10% van de oorspronkelijke hoofdsom worden verkocht en voor het volle pond worden verhaald en uitgewonnen. Dat is pertinent onjuist.

5. Welke bedrijven hebben het kopen van vorderingen als business?

Uiteenlopende bedrijven kopen vorderingen. Daarbij kan gedacht worden aan incasso-ondernemingen, maar ook aan banken, creditmanagementorganisaties, institutionele beleggers, private equity en andersoortige financiele instellingen. Er zijn ook bedrijven in de markt die maar één factuur (of een klein aantal) van bijvoorbeeld een MKB-bedrijf of particulier kopen. Ook vonnissen kunnen worden gekocht.


6. De overheid onderzoekt of verkoop van vorderingen verboden zou moeten worden. Wat vindt de NVI hiervan?

De NVI is tegen een verbod op het verkopen van vorderingen. In de afgelopen jaren is menigmaal en op diverse plaatsen uitleg gegeven over dit standpunt, omdat het in onze beleving onbegrijpelijk is dat aan het meest ultieme recht in Nederland wordt geknaagd: het eigendomsrecht. Een factuur is een eigendomsrecht en moet te allen tijde kunnen worden verkocht, net zoals je een tafel of een auto of een complete inboedel kunt verkopen zonder restricties.
Wel is de NVI van mening dat er regels moeten worden gesteld aan de inning van vorderingen. Met de komst van het Incassoregister zou dit goed geregeld moeten zijn, hoewel er nog geen duidelijkheid is over hoe het kabinet dit register eruit wil laten zien. We blijven alert op de gewenste reikwijdte van deze aanstaande wetgeving. Daarnaast hopen we dat het de wetgever intussen duidelijk is dat een verbod op verkoop geen enkel positief effect zal hebben in het voorkomen van schulden, de beweegreden om het verkopen van vorderingen te verbieden. Wel heeft het een negatieve invloed op de cashflow en de toch al beperkte financieringsmogelijkheden van schuldeisers en daar is in onze beleving te weinig oor voor.

 

NVI Secretariaat

Postadres:
Postbus 1004
3800 BA Amersfoort
Tel.: 035 - 699 42 10
E-mail: info@nvio.nl

Direct contact met NVI